Nu gaat het eens wel over de euro’s!

Graag schrijf ik verhalen over de belevenissen bij Domesta. Vandaag gaat het over de euro’s. Euro’s die vast zitten in onze huizen. Dat houden we graag zo!

Naast de volkshuisvestelijke prestaties en de maatschappelijke impact die we vorig jaar realiseerden sloot de resultaatrekening van Domesta ook uiterst positief. Dat overkwam ons. Collega’s Alice en Liesbeth van communicatie hebben hun uiterste best gedaan om uit te leggen hoe het zit.

Over 2018 presenteren we een jaarwinst van € 56,5 miljoen. Een enorm bedrag. Op papier. De woningmarkt trok aan. Maar dat niet alleen. Vooral de aangepaste en door de overheid voorgeschreven rekenregels zorgden voor de stijging van de marktwaarde met maar liefst € 55 miljoen voor onze 10.000 huizen. Waarde die we niet in echt geld kunnen omzetten. Wij verkopen onze huizen immers niet. We blijven ze verhuren. Daarom kunnen we hier helaas onze rekeningen niet van betalen. Door de jaarwinst neemt ons vermogen op papier toe. Leuk voor de rekenmeesters van deze wereld. Onze huurders hebben er niets aan. Zij willen alleen een betaalbaar huis in een leefbare buurt. De waarde van zo’n gouden plek is niet in geld uit te drukken. Zelfs niet door de knapste rekenmeesters.

Hoe zou je een huis van een woningcorporatie moeten waarderen? Is dit tegen marktwaarde, tegen beleidswaarde of tegen bedrijfswaarde? Daar hebben wij wel ideeën over. En deze ideeën gaan we delen met de instanties die erover gaan. Maar hierboven zie je hoe we van de marktwaarde naar de beleidswaarde komen.

Goede leefbaarheid in sociale huur! Hoe dan?

Elke drie jaar publiceert het ministerie van Binnenlandse Zaken een Woon rapportage. Deze week werd Woon2018 gepresenteerd. Een rapport over de staat van de woningmarkt in al haar facetten belicht.

Ik was uitgenodigd om een workshop te houden over de ontwikkeling van de leefbaarheid in wijken met veel sociale huur. Dit is een belangrijk thema vooral omdat Rigo vorig jaar een onderzoek publiceerde waarin werd aangetoond dat er een relatie is tussen het huisvesten van mensen met een laag inkomen en de afnemende leefbaarheid.

Gisteren ging het over de oplossingsrichtingen vanuit grootstedelijk perspectief (Rotterdam) en vanuit het plattelandsperspectief. (Zuidoost Drenthe). Dit laatste mocht ik voor mijn rekening nemen. Ik schreef hierover vorig jaar al eens een opiniestuk in het Dagblad van het Noorden.

DvhN werk voor leefbaarheid

Mijn insteek voor de workshop was dat het toevoegen van dure huur of koop in wijken met veel lage inkomens geen oplossing is voor de afnemende leefbaarheid. Ten eerste los je daar de problemen niet mee op (symptoombestrijding). Ten tweede is Zuidoost Drenthe een anticipeergebied (net geen krimp) waardoor de koopwoningen uiterst betaalbaar zijn en mensen die dit kunnen betalen niet in een sociale huurwoning gaan wonen. Op deze wijze krijg je concentratie van mensen met weinig geld die te veel aan hun hoofd hebben om een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de leefbaarheid.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.36.02

Slechts 1 op de 3 huurders heeft een inkomen uit werk. De overige huurders zijn aangewezen op een AOW met klein pensioen of andere uitkeringen. De woningmarkt is ontspannen, drie op de vier mensen wonen in een koophuis.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.42.55

De koophuizen in Zuidoost Drenthe zijn uiterst betaalbaar. Ik gaf twee weken geleden een zoekopdracht op Funda in naar een koophuis met een waarde van maximaal €150.000 in een straal van 15 km rondom Coevorden. Maar liefst 549 huizen staan te koop in dit prijssegment. En niet allen rijtjeshuizen of bouwvallen; nee, hele keurige huizen, zelfs vrijstaand in het groen gelegen. Iets waar de honderd aanwezigen bij de workshop met verwondering op reageerden.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.36.31

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.39.55

Oplossing 1

De eerste oplossing is om de mensen die niet in aanmerking komen voor een reguliere baan vanwege een beperking, weer terecht kunnen in de sociale werkplaats. Als mensen een zinvolle dagindeling hebben zijn het prettige buren.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.43.09

Oplossing 2

Als opdrachtgever willen wij een steentje bijdragen om de bouw- en installatiebranche een stuk aantrekkelijker te maken voor jongeren. Samen met Drenthe College, Alfa College en Bouwmensen verkennen Woonservice en Domesta hoe we vorm kunnen geven aan onze droom.

Wij zijn ons er van bewust dat voor het waarmaken van onze droom ander opdrachtgeverschap nodig is. Een opdrachtgever die over een langere periode zorgt voor een constante stroom aan opdrachten. Waardoor het voor de sector eenvoudiger wordt om mensen op te leiden en te behouden. Deze verantwoordelijkheid willen wij op ons nemen!

Waarom?

Omdat wij baat hebben bij voldoende goed opgeleide en gemotiveerde vakmensen om onze huizen te verduurzamen en te onderhouden. Nu al investeert de sector miljarden om te voldoen aan de doelstellingen op korte termijn. We werken toe naar een sociale huurvoorraad met gemiddeld label B in 2021. De lat voor de lange termijn ligt nog hoger. Namelijk een Co2 neutraal huizenbestand in 2050. En ondertussen gaat het normale onderhoud aan de huizen, en de nieuwbouw ook gewoon door.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.37.14

Oplossing 3

De woonzorgcentra krijgen steeds meer een functie voor de wijk waarin het gebouw staat. Wij stimuleren zorgpartijen om hier echt werk van te maken om verveling een eenzaamheid tegen te gaan.

Schermafbeelding 2019-04-05 om 09.37.25

Zo dus! Maar het lukt alleen door goed samen te werken!

Dit zijn niet conventionele oplossingen met niet voor de hand liggende samenwerkingspartners. We moeten leefbaarheid dus opnieuw uitvinden door uit te gaan van de lokale context, de ambities van de corporaties en door aan te sluiten bij de leefwereld, behoeften en vaardigheden van onze huurders.

Ik durf te voorspellen dat we vanaf 2021 prestatieafspraken gaan maken met huurders en gemeenten – plus zorgpartijen, onderwijs, werkgevers en reïntegratiebedrijven. Hierdoor zal de leefbaarheid verbeteren en zal Zuidoost Drenthe een voorbeeld zijn voor andere delen van ons land. Ik ga er voor!

Vonken in de systeemwereld én vonken in de leefwereld!

Deze week kopte het FD een artikel met de titel: ‘Accountants kunnen niet alles controleren’. Over de OOB status voor woningcorporaties met een tekort aan accountants tot gevolg.

Op LinkedIn poste ik een reactie met als strekking dat het onrechtvaardig voelt om meer regelgeving en extra toezicht op de sector los te laten terwijl er eigenlijk niets op het gedrag meer is aan te merken. Meer dan 25.000 mensen zagen de post, 40 mensen leverden commentaar en 320 mensen vonden het interessant. Mijn conclusie: Het onderwerp leeft in de sector.

Afgelopen zaterdag kreeg ik in hetzelfde FD bijval van jurist Eelkje van de Kuilen van AKD die er een opiniestuk over schreef.

Waarom vind ik de toename van extra regelgeving en controles en slechte ontwikkeling? Het gaat mij niet alleen om het geld. Op de huuromzet van een corporatie vallen de kosten van toezicht weg achter de komma in de winst en verliesrekening. Dit werd ook op LinkedIn aangevoerd als argument in de reacties.

Wat mij wel uit m’n slaap houdt is de negatieve invloed van te veel regelgeving en toezicht op het gedrag van bestuurders, managers en medewerkers. Dit heeft een veel grotere impact. Door te veel focus op regels en toezicht vernietigen we maatschappelijke waarde. Een paar voorbeelden.

  • Passend Toewijzen: De norm: 95% huurhuizen toewijzen met een huur tot de aftoppingsgrens aan woningzoekenden met huurtoeslag. Het accountantsprotocol biedt geen tolerantie op deze norm. Dus elk dossier moet volledig en juist zijn.
    •  Dit betekent in de praktijk veel gedoe met zorginstellingen die kwetsbare ouderen huisvesten waarbij primair wordt toegewezen op nut en noodzaak, niet op rechtmatigheid. Dan komt het voor dat de relatiebeheerder van de zorg meer oog heeft voor de cliënt dan voor het systeem. Gevolg: Een opmerking in de managementletter van de accountant en een stevige brief van de AW er achteraan met dreigende taal. Uiteindelijk gevolg kan zijn dat de corporatie duurder geld moet lenen voor z’n investeringen omdat die ene zorgmedewerker haar of zijn menselijke kant liet zien.
    • Een stevige norm heeft tot gevolg dat corporaties nog strengere interne normen hanteren om voor de zekerheid altijd maar binnen de bandbreedte van de toezichthouders te blijven. Hierdoor worden minder mensen dan mogelijk aan een passend huis geholpen. Gevolg: Langere wachttijden en oplopende zorgvraag. Zeker, de corporatie moet z’n processen op orde hebben maar vanwege de sancties worden er geen risico’s genomen. Better safe then sorry.
  • Als corporaties zoeken we de ruimte in de nieuwe woningwet. De woningwet is op zich een goede wet maar ademt nog te veel ‘terug in het hok en wees braaf corporaties’. Niet raar na de misstanden en de parlementaire enquête maar zoals altijd slaat de balans te veel uit naar behoudzucht in plaats van maatschappelijke impact. Voorbeeld?
    • We namen ons, samen met onze stakeholders, voor om geen mensen met huurschulden meer op straat te zetten. Door samen te werken met organisaties op het gebied van preventie en met maatschappelijk werk proberen we oorzaken weg te nemen en mensen duurzaam op tijd te laten betalen. Tijdens de sessies als voorbereiding op onze aanpak werd meerdere malen gevraagd of dit allemaal wel mocht van de nieuwe wet. Veel medewerkers vonden het spannend wat we deden terwijl we alleen het incassobeleid een menselijker gezicht hebben gegeven, mensen echt vooruit helpen en de maatschappij voor veel kosten behoeden. (zie ook eerdere blogs over dit thema 1 & 2) Jammer dat het ondernemerschap uit de sector dreigt te verdwijnen als gevolg van teveel regels en toezicht.
    • We huisvesten mensen met weinig geld. Slechts 1 op de 3 huurders heeft een inkomen uit werk. Duurzaamheid en betaalbaarheid zijn daarom de belangrijkste thema’s in ons ondernemingsplan. Onze huizen hebben begin 2019 gemiddeld label B (energie-index 1,3). Ongeveer 5.000 huizen zijn inmiddels voorzien van zonnepanelen. We willen de overige 5.000 huurders van huizen waarvan het dak niet geschikt is voor het leggen van zonnepanelen ook laten meeprofiteren van de voordelen van zonnestroom. Goed voor de portemonnee, goed voor het klimaat! Instellingen en bedrijven in de buurt van onze huizen hebben inmiddels hun dak aan ons aangeboden om hier panelen te plaatsen. Vooralsnog lijkt het lastig om dit te realiseren afgaand op een bericht van collega corporatie Groninger Huis.
  • Impact van te veel regels en toezicht op de bedrijfslasten.
    • Als corporaties worden we terecht uitgedaagd om de kosten van de eigen organisatie laag te houden. Jaarlijks worden we op dit punt vergeleken in de Aedes benchmark. Sinds de invoering van de woningwet zijn steeds meer medewerkers druk met het tevreden houden van toezichthouders. In dezelfde periode namen de bedrijfslasten af. Dit betekent naar mijn mening dat er, naast optimalisaties, een verschuiving van aandacht ontstaat van leefwereld naar systeemwereld. Dit is een slechte ontwikkeling want in de afgelopen jaren nam bijvoorbeeld de leefbaarheid in wijken met veel sociale huur af. We hebben dus meer mensen in de wijken nodig en minder mensen die de toezichthouders tevreden houden. Dit gaat knellen binnen de bedrijfslastendiscussie. Persoonlijk zou ik mijn mensen die in de systeemwereld werken liever inzetten op het verbeteren van de beheersing van processen en risico’s plus het zo optimaal mogelijk inzetten van de financiële ruimte die we hebben. Dan kunnen we meer maatschappelijke waarde creëren, beter sturen op de harde grenzen en tijdig afremmen als er zich iets onverwachts voor doet. Dan maar geen A op de bedrijfslasten in de benchmark.
  • Bejegening in de systeemwereld als succesfactor voor de ontwikkeling van soft skills in de sector.
    • Vorig jaar ben ik herbenoemd. Een feestje dat we vierden met onze medewerkers en toezichthouders. Een stimulans om weer vier jaar goed m’n best te doen. De zienswijze van de AW was een beetje zuunig: ‘Op basis van de nu bekende informatie heb ik geen feiten of omstandigheden aangetroffen die een bezwaar vormen tegen de voorgenomen herbenoeming.’ Een ietwat voorzichtige inval. Wat was het leuk geweest als hier had gestaan: ‘Gefeliciteerd! We vinden u geschikt als bestuurder van de corporatie en wensen u veel succes en plezier met dit belangrijk werk de komende vier jaar!’ Dit laatste motiveert om vol enthousiasme de goede dingen te doen in de toekomst. Graag met een toezichthouder die ook successen mee viert. Bij Domesta herschreven we onze website en ontwikkelden grafische uitingen om ‘buurman’ te zijn in plaats van ‘verzorger’. Dit deed ons imago goed, maar belangrijker, we deden onze stinkende best om de goede dingen voor onze huurders te doen. Deze cultuuromslag is een investering geweest in de soft skills van onze organisatie. Huurders en stakeholders vinden ons leuker, we doen de goede dingen, fouten worden gedeeld, en we blijven leren!

Tot zover mijn pleidooi voor minder regels in de sector. Volgens mij kan het ook. Het AW concludeert dat het goed gaat met de prestaties en het gedrag in de sector. Ook goed om te weten is dat de minister deze week maatregelen afkondigde om de administratieve druk voor corporaties te verlagen met maar liefst 25% en 10% besparing op de accountantskosten.

Zullen we dan ook naar Eelkje van de Kuilen luisteren en de OOB status voor woningcorporaties niet invoeren? Dan kunnen we echt werk maken van de bedoeling door te investeren in de kwaliteit van de organisatie en het maken van maatschappelijke impact. Vonken in de systeemwereld én vonken in de leefwereld!

stripje-interesse.png

 

 

 

Inbreng Drentse corporaties verkiezingsdebat PS

Als woningcorporaties merken we als geen ander dat de samenleving aan het veranderen is. Transities in verschillende domeinen zoals het inkomen, de zorg, het werken en het leren, maar zeker ook op het gebied van duurzaamheid hebben ons werk veranderd.

Vorig jaar publiceerde onze brancheorganisatie Aedes een onderzoek van Rigo over de relatie tussen inkomens en leefbaarheid in wijken en dorpen met sociale huur. Conclusie: Er is een relatie tussen het huisvesten van kwetsbare mensen en afnemende leefbaarheid. Dit gaat over onze huurders en onze dorpen en wijken waar we ons werk doen.

Elke overheid en iedere organisatie heeft keihard gewerkt om de transities binnen zijn of haar domein zo goed als mogelijk vorm te geven. Het leven van een inwoner speelt zich echter niet af binnen één domein.

De inwoner wandelt voortdurend van het ene domein naar het andere en weer terug. Het aanvragen van een bijstandsuitkering voor zichzelf, een WMO-indicatie voor z’n partner, een Wlz-indicatie voor oma, huurtoeslag, zorgtoeslag, gemeentelijke inkomensregelingen een zorgverzekering die past etc. etc.

De inwoner smacht naar een transformatie waarbij zo veel mogelijk domeinen beter samenwerken zodat het aanbod op een eenvoudige en laagdrempelige wijze beschikbaar en bereikbaar is. Kim Putters, Alex Brenninkmeijer en Herman Tjeenk Willink schreven hier recentelijk interessante boeken over.

De inwoner heeft naar onze mening baat bij een integrale transformatie van de samenleving in plaats van een transformatie binnen slechts één domein.

Vraag

Wat kan de provincie bijdragen aan een meer integrale transformatie van de verschillende domeinen door deze te verbinden met de kracht van de samenleving?

De weekendkranten en het gelijk van de gele hesjes

Een tijdje geleden hoorde ik Joris Luyendijk spreken over de elite die ons land bestuurt. Als je aan zes kenmerken voldoet dan behoor je tot deze elite en is de kans groot dat je op het pluche in Den Haag of bij een grote multinational landt.

Ik durf te stellen dat de gele hesjes niet voldoen aan deze kenmerken. Net zo min als ik overigens. Toch hebben ze last van de tunnelvisie van deze elite die onder andere hoog opgeleid, blank en man is. Deze elite maakt plannen en neemt besluiten die logisch zijn als je hockeyt, golft, een tweede huis in Frankrijk hebt, in Leiden studeert net als je vader, in een vrijstaande woning in een goede buurt woont en je alleen maar mensen van dezelfde groep ontmoet etc.

Ook in Emmen duiken de gele hesjes de laatste tijd op. Met handgeschreven posters roepen ze de inwoners op om te gaan protesteren. De kop van de poster luidt: ‘Wij zijn het zat!’

Eerlijk, ik dacht daar heb je ze weer; de mensen die overal op tegen zijn terwijl er niet zo veel mis is met de vaasjes in dit gaaf land. Het is de tweede keer dat ik deze fout maak. Ook bij de opkomst van de lokale partijen dacht ik hetzelfde. Nu zie je hoe verfrissend deze partijen kunnen zijn door weer bezig te zijn met de bedoeling. We zijn er nog niet maar het gaat de goeie kant op. De politiek weer dichter bij de mensen.

De gele hesjes voelen haarfijn aan dat het mis dreigt te gaan met onze samenleving. Het zijn gewone mensen die het in de portemonnee merken dat de btw omhoog gaat, de belasting op energie stijgt en dat de zorg af lijkt te glijden. Ze zien de rijken rijker worden en de armen armer worden. Het onderbuikgevoel stuurt hun handelen.

Ze lijken onmachtig. Onmachtig omdat het geen praters zijn maar doeners. En, met praten kun je ver komen in dit land. Onmachtig omdat hun gevoel overeen komt met de feitelijke gebeurtenissen die ze dagelijks om zich heen zien. Onmachtig omdat de mensen die er over gaan niet luisteren maar doordenderen. Onmachtig omdat ze niet meer kunnen rekenen op de instituties uit het verleden. Onmachtig omdat ze alleen lijken te staan. Alleen in een groep gelijkgestemden weliswaar.

Ze zijn niet gek. Het is niet uit te leggen dat het eigen risico op zorg stijgt en dat op hetzelfde moment het kabinet overweegt om grote bedrijven vrij te stellen van winstbelasting. Dat er een Hugo Borst aan te pas komt om onze ouderen weer fatsoenlijke zorg te bieden. Dat de Groningers de uitputting nabij zijn en tegelijkertijd het kabinet €700mio op tafel legt voor een plukje aandelen in een bedrijf die het milieu om zeep helpt en hierdoor de al drukke randstad nog meer verstopt.

Onderstaand een aantal quotes uit krantenartikelen van het vorig weekend die het gelijk van de gele hesjes bevestigen. En een stapeltje boeken waarin de schrijvers een aantal jaren terug al voorspelden dat dit zou gaan gebeuren. De andere boeken beschrijven haarfijn wat de gele hesjes voelen.

Een tip voor de politici, bestuurders en andere plucheplakkers in dit land. Luister naar wat de mensen zeggen. Probeer je in te voelen in waar de mensen van wakker liggen. Jullie lezen de kranten waar de artikelen in staan. Jullie lezen de boeken waarin de ontwikkelingen in de maatschappij worden geduid.

Jullie hebben voorkennis. Gebruik deze kennis, mobiliseer mensen uit je elitaire biotoop en sluit aan bij de gevoelswereld van de inwoners van dit land. Empathie is namelijk het beste instrument om belangen te verbinden. Dat heb ik ook geleerd.

Een bloemlezing uit de weekendkranten

Tommy Wieringa in NRC van 23 februari

Dat hij enige tijd de enveloppen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) niet opende, was zowel uit chagrijn als bezorgdheid. Maar post van het CJIB leidt een eigen leven. Ergens in Friesland vermenigvuldigen de vloekbrieven zich volgens een ijzeren logica en met machinale wilskracht. Ook al zet je een slot op het tuinhek en lijm je de brievenbus dicht, ze zullen blijven komen.

De eerste aanmaning betekent al meteen een vermeerdering van de helft van het boetebedrag, samen 375 euro. Bij de tweede aanmaning is het boetebedrag plots verdubbeld, plus het bedrag van de eerste aanmaning: 625 euro. Een draconische verveelvoudiging – de overheid gedraagt zich hier als malafide croupier die kleine gokkers te gronde richt.

Tom-Jan Meeus in NRC van 23 februari

En zo belandden we vanaf dinsdagmiddag, mede gedragen door publieke uitlatingen van Omtzigt (CDA) en Buma (CDA), in een discussie over de betrouwbaarheid van het PBL. Een nog jong instituut met een goede academische reputatie, dat in enkele recente prognoses inderdaad de plank missloeg.

Maar in dit geval was er één probleem: die fout in december met de energierekening was op het ministerie van Wiebes en Keijzer gemaakt, zoals Rutte vrijdag beaamde. Niet op het PBL.

Wiebes’ ambtenaren hadden zélf een achterhaalde PBL-prognose uit 2017 slonzig geëxtrapoleerd naar 2019.

Alleen: dit deed er niet meer toe. Door de verplaatsing van de discussie naar het PBL sprak bijna niemand in Den Haag nog over Keijzer (CDA) die in de Kamer namens Wiebes (VVD) kletskoek had verkocht.

Oud ombudsman Brenninkmeijer in het Dagblad van het Noorden op 23 februari

Voor de radicale actievoerders tegen windmolens is de overheid de grote boosdoener. ‘Dit had voorkomen kunnen worden als we niet bestuurd zouden worden door incompetente en corrupte personen’, stellen ze.

Besluitvorming door de overheid is vaak een rationeel proces. Burgers lopen aan tegen bureaucratie, overmatige en complexe wet- en regelgeving en gebrek aan empathie bij de overheid. ,,De nette bureaucratische machine draait maar door’’, zegt hoogleraar en voormalig nationaal ombudsman Alex Brenninkmeijer. ,,Ondertussen voelen sommige burgers zich niet gehoord, onbegrepen, genegeerd.’’

De overheid moet niet alleen de rationele weg volgen in besluitvorming, maar ook zoeken naar verbinding en in het oog houden welke waarden belangrijk zijn. Dat noemt Brenninkmeijer ‘moreel leiderschap’. ,,Op gemeentelijk niveau gaat dat beter dan landelijk. Kijk naar minister Eric Wiebes in het aardbevingsgebied.’’

Kim Putters in Trouw over z’n boek Veenbrand over toenemende ongelijkheid in ons land

“Dit is een groot vraagstuk en het heeft alles te maken met de grote veranderingen in de samenleving. Wat ik op macroniveau de overgang noem naar een ander type samenleving, zie je hier op microniveau: in het dagelijks leven moeten we continu alles combineren.”

Maar, is ook de boodschap van Putters, we kunnen nog voorkomen dat de veenbrandjes straks uitslaande vlammen worden. “Maar dat vraagt best wel wat. De politiek staat voor de uitdaging om niet steeds naar aanleiding van incidenten politiek te bedrijven, maar om ons mee te nemen in die grote kwesties waar we nu voor staan. Wat betekent brede welvaart, waar willen we uitkomen? Wat betekent de inclusieve samenleving over tien jaar?”

Het kabinet is wel bezig geweest met dergelijke vragen, bijvoorbeeld door Putters uit te nodigen bij de coalitieonderhandelingen of door het CBS te vragen om een ‘monitor brede welvaart’. Putters: “Maar mijn zorg is dat we heel snel overgaan tot de orde van de dag. De veenbranden worden voor een deel verergerd omdat we opgaan in de waan van de dag. Debatten over zzp’ers of een toeslag hier en daar zijn allemaal onderdeel van een veel groter vraagstuk waar je een beetje visie op nodig hebt. Ik denk dat de samenleving vraagt om een toekomstvisie.”

Zorgverleners moeten zo snel mogelijk hun BIG-nummer actief bekend maken

Door een wijziging in de wet BIG zijn BIG-geregistreerde zorgverleners per 1 april 2019 verplicht hun BIG-nummer actief bekend te maken. Hierdoor wordt het voor patiënten makkelijker te controleren of een zorgverlener in het BIG-register staat ingeschreven. En als BIG-geregistreerde zorgverlener bent u snel vindbaar en zonder dat u verward wordt met een collega met eenzelfde achternaam en hetzelfde beroep.

U vermeldt het nummer op alle plekken waar u beroepsmatig uw naam en beroep (of die van de zorgverleners die u in dienst heeft of inhuurt) bekend maakt. De wet gaat uit van in ieder geval de onderstaande plekken (indien van toepassing):

  • website(s) en andere digitale media;
  • briefpapier en e-mail ondertekening;
  • facturen;
  • op bordjes in wachtkamers van praktijken en ziekenhuizen waar de naam van de BIG- geregistreerde zorgverlener wordt vermeld.

Medisch contact 27 februari

In de Brabantse gemeente Asten hebben ze een merkwaardig probleem: huisartsen en apothekers hebben daar een doelmatig voorschrijfsysteem van medicijnen dat heeft geleid tot kwaliteitsverbetering van de zorg, en een kostenreductie van 600.000 euro per jaar (op een bevolking van 17 duizend zielen) vergeleken met het landelijke gemiddelde.

Het heeft ze zelfs een prijs opgeleverd van het Waterschap (de ‘groen-blauwe handdruk’), omdat het probleem van medicijnresten in afvalwater zo bij de bron wordt aangepakt. Maar de succesvolle aanpak kent ook een onaangename bijwerking, vertelt gepensioneerd huisarts Wim Koekkoek, die mede aan de wieg stond van het voorschrijfsysteem: ‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft op grond van deze gegevens de conclusie getrokken dat de bevolking van Asten gezonder is dan die in vergelijkbare gemeenten en heeft de gemeente daarom uit het Gemeentefonds van het ministerie enkele tonnen minder aan Wmo-gelden uitgekeerd. Maar de redenering van het ministerie omtrent de gezondheid van de Astenaren klopt niet.’  

Wat managers kunnen leren van FC Emmen trainer Dick Lukkien

Fragmenten uit het interview van Dagblad van het Noorden verslaggever Ernst Slagter met FC Emmen spits Nicklas Pedersen. Kern van het verhaal: Aanwezigheid, en alle spelers gelijk behandelen leidt niet per definitie tot de beste resultaten.

FC Emmen trainer Dick Lukkien haalt het beste uit z’n spelers door goed te kijken wat een speler nodig heeft om z’n talent maximaal in te zetten. Ook speelt vertrouwen een cruciale rol in de interactie trainer – speler. Dit leidt tot werkplezier en tastbare resultaten.

Bij vertrouwen moet je aan de ene kant onderscheid maken tussen de integriteit en de intenties van iemand. Aan de andere kant dragen competenties en wapenfeiten bij aan het vertrouwen*.

In dit geval: Pedersen traint minder met de groep. Niet omdat hij lui is, maar omdat hij meer baat heeft bij het tainen in het krachthonk om terug te komen van een blesure. Hij traint dus anders en met de bedoeling om sneller weer van waarde te zijn voor het team. Zijn talent is bekend; het scoren van doelpunten. In het verleden heeft hij voldoende laten zien dat hij hier goed in is.

Dick Lukkien heeft vertrouwen in de speler en geeft hem daarom de ruimte om te doen wat hij nodig heeft om bij te dragen aan het teamresultaat. Welke manager of trainer heeft het lef om hetzelfde te doen als Dick Lukkien?

Fragmenten uit het interview


Natuurlijk juichte Nicklas Pedersen (31) zondag na zijn late 2-2 tegen PSV. Maar toen de Deense supersub na afloop werd toegezongen op De Oude Meerdijk, krabde hij zich even achter zijn oor. ,,Ik vroeg me af of ik de bal niet meteen uit het doel had moeten pakken. Echt, ik had het gevoel dat er nog meer in zat.” Na een korte stilte: ,,Al had PSV natuurlijk net zo goed nog kunnen scoren. Zo eerlijk moet ik ook weer zijn.”

Je startte begin dit seizoen zeven keer in de basis, maar toen scoorde je nog niet. En dan maak je als invaller tegen FC Groningen en PSV vier belangrijke doelpunten. Je hebt jezelf in nog een tijdsbestek van nog geen half uur terugverdiend.

,,Ik vind het vooral fijn dat ze bij de club zien dat het geen tijdsverspilling was om op mij de ruimte te geven. Hoewel ik nog op de weg terug ben van een liesblessure, is dit toch een positieve periode. Ik vind trouwens dat ik aan het begin van het seizoen ook goed speelde, maar toen maakte ik geen doelpunten. En als een spits niet scoort, gaan mensen praten. Niet dat ik er veel van mee krijg, trouwens. Ik lees vrijwel nooit de commentaren in de kranten. Je weet op mijn leeftijd wel of je goed of slecht speelt. Ik heb de meningen van anderen niet nodig. Behalve die van de trainer en medespelers dan.”

fullsizeoutput_5fab

,,Inderdaad, terwijl ik denk dat ik fysiek beter ben dan in mijn tijd bij FC Groningen. Dat is ook omdat ik het gevoel heb dat ze hier meer zorg aan me besteden. Dick Lukkien is een trainer die rekening met mij houdt. Als ik ergens last van heb en op hem afstap, weet hij dat ik dat niet doe omdat ik niet wil trainen, of zo. Dat dachten ze in Groningen. Hier begrijpen ze dat ik misschien iets anders moet trainen dan andere spelers om op mijn best te zijn. Anders, hè? Niet minder. Als ik niet op het veld sta, zit ik bijvoorbeeld in het krachthonk. Het is absoluut geen luiheid. Want ook al ben ik 31: ik geniet nog elke dag van trainen.

Toen ik in 2012 van FC Groningen naar KV Mechelen ging, had ik met Harm van Veldhoven ook een trainer die mij begreep. Omdat het goed ging bij Mechelen, verdiende ik een transfer naar KAA Gent. Víctor Fernández, de Spaanse trainer die me haalde, was een absolute topcoach. Hij was jaren geleden de opvolger van José Mourinho bij FC Porto. Maar Fernández werd al na een paar wedstrijden ontslagen. Er kwam een Roemeen (Mircea Rednic, red.) in zijn plaats. Dat werd geen succes, omdat hij weer zo’n trainer was die iedereen hetzelfde liet doen. Ik vind het onbegrijpelijk dat je in deze tijd nog zo ouderwets kan zijn. Geen enkele speler is hetzelfde.”

Het is misschien de vrees voor de schijn van een voorkeursbehandeling, die kwaad bloed zou zetten in de rest van de selectie?

,,Dat zou kunnen, al geloof ik er niet in. Geen speler van FC Emmen is boos als ik maar drie keer per week train en toch speel. Als ze zien dat ik het verschil maak, tenminste. Als je niet presteert, kan ik me voorstellen dat het een probleem wordt. Maar ik vind dat de beste spelers altijd moeten spelen. Ook als ze minder vaak met de groep trainen.”

© DvhN / 26-1-2019 – Ernst Slagter – foto’s Marcel Jurian de Jong en Roel Bos

* Plateau – Edith Hoksbergen & Marc Geerts


fullsizeoutput_5fad

Meer bouwen en sneller verduurzamen door te stoppen met huisuitzettingen

Jaarlijks worden er, volgens brancheorganisatie voor woningcorporaties Aedes, zo’n 3.000 (2017) huishoudens hun huurhuis uitgezet vanwege een huurschuld. Dit aantal is gehalveerd sinds 2013 door een betere aanpak, een betere samenwerking, betaalbaar huurbeleid en ongetwijfeld speelt ook het aantrekken van de economie een rol. Een mooie ontwikkeling!

Een huisuitzetting veroorzaakt veel leed binnen de huishoudens. Ik kan me geen voorstelling maken van de impact op het individu of het huishouden. Je raakt de basis onder je bestaan kwijt en bent overgeleverd aan hulpverleners en beschikbare opvang.

Lost een huisuitzetting problemen op? Als een corporatie haar werk goed doet is er nooit sprake van een hoge achterstand. Vaak gaat het om bedragen van €1.500 tot €2.500 die een huurder verschuldigd is. Voor een dergelijk laag bedrag zetten we levens op de kop. We vergroten eerder problemen dan dat we ze oplossen. Wel wordt door een dreigende uitzetting de hulpvraag bij alle instanties duidelijk en komen organisaties pas in actie als de uitzetting een feit is. Gek eigenlijk dat je een crisis moet creëren om hulpverlening aan het werk te krijgen.

img_0741

Bij Domesta zijn we hier mee gestopt. Er gaat een maatschappelijk werker met onze incassomedewerker mee op huisbezoek. Bij een huurachterstand is altijd meer aan de hand. De schuld is een symptoom van andere problemen. Soms uitsluitend financieel van aard, vaak is het zwaardere problematiek zoals een verslaving, verlies van een dierbare, een vechtscheiding, faillissement, verlies van werk, onvoldoende begeleiding voor mensen met een beperking of psychosociale problemen.

Naast het persoonlijk leed kost een huisuitzetting veel geld. Een woningcorporatie is gemiddeld €6.000 kwijt per huisuitzetting. De maatschappij krijgt een rekening van zo’n €12.000 tot €16.000 aan kosten voor bv. de crisisopvang. (van Geuns, Jungmann & Kruis, 2011) Dit bedrag kan vermeerderd worden met kosten voor begeleiding, bijzondere (inkomens)voorzieningen, zorg en veiligheid. Er circuleren bedragen tot wel €100.000 als totale kosten van een uitzetting. Het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), en publicist / onderzoeker Pieter Hilhorst, noemen bedragen van rond de €30.000 per huisuitzetting als maatschappelijke kosten. Dit laatste bedrag lijkt mij dicht bij de realiteit te liggen.

Uitgaande van 3.000 huisuitzettingen per jaar (à €6.000) zijn de bijna 400 woningcorporaties in ons land dus zo’n €18 miljoen per jaar kwijt. De maatschappij krijgt voor dit aantal jaarlijks een rekening gepresenteerd van maar liefst €90 miljoen uitgaande van €30.000 aan kosten per uitzetting. De totale kosten van huisuitzettingen komen hiermee op zo’n €108 miljoen per jaar.

Stel dat we mensen met een huurschuld niet op straat zouden zetten. Besparen we dan deze kosten? Niet helemaal want er worden schulden afgeboekt, frictiekosten betaald, regelen mensen zelf onderdak of moet er zorg geleverd worden. Zo zijn er wellicht nog een aantal kosten waar we niet om heen kunnen.

Laten we stellen dat we daadwerkelijk de helft van de €108 miljoen, zijnde €54 miljoen, jaarlijks besparen. Als we deze €54 miljoen eens in zouden zetten om rente op leningen te betalen waarmee we nieuwe huizen kunnen bouwen en huizen CO2 neutraal kunnen maken!?

Uitgaande van de rekenrente van 5%, waar corporaties zich aan moeten houden, ontstaat er op deze wijze jaarlijks €1,1 miljard aan extra investeringscapaciteit. Stel dat we uitgaan van een marktrente van 2% (op dit moment reëel)  dan zou de investeringscapaciteit zelfs toenemen tot €2,7 miljard per jaar.

Uiteraard is dit een, grotendeels, theoretische benadering. Niet elke corporatie is in staat om extra leningen aan te trekken vanwege de specifieke financiële-, en/of marktsituatie. Ook landen de opbrengsten van het stoppen met uitzettingen op de bankrekening van gemeenten en niet van woningcorporaties.

We zouden de gemeenten kunnen verleiden om opbrengsten terug te ploegen naar de corporaties, bijvoorbeeld in de vorm van subsidies, om de lokale energietransitie te versnellen, voldoende huurhuizen beschikbaar te hebben maar vooral om menselijk met de inwoners om te gaan.

Het gaat mij ook vooral om de manier van kijken naar maatschappelijke problemen. Kunnen we de maatschappelijke businesscases zodanig construeren dat we menselijke en economische waarde creëren ipv symptomen bestrijden?

Een idee voor de prestatieafspraken van 2020?

fullsizeoutput_5fa5