Waarom je naar Sylvana, Pieter en mij moet luisteren

Het jaar begon met twee pittige blogs. De eerste over mijn rol in de zorgverlening van mijn schoonmoeder, de tweede over soft controls en waarom het raar is dat accountants daarop toe gaan zien. Ik kreeg er weer een aantal reacties op. De meeste in de trant van; ‘je blog doet weer stof opwaaien’, ‘zo, dat was weer een stevige steen in de vijver’ en ‘je strooit weer heel wat zout in de wonden.’

Op zo’n moment is de ene helft in mij blij. Ik heb immers iets geraakt met m’n schrijverij. De andere helft in mij is meteen bezorgd. Dan maakt ’s nachts tussen 2 en 4 mij een stemmetje wakker die roept ‘wie ben jij om te vinden wat je schrijft?’ ‘Gaat het om je ego?’ ‘Ben je bang dat je niet gezien of gehoord wordt?’ ‘Wat wil je nou bereiken met dat opwaaiend stof, die stenen in vijvers en dat zout in wonden?’ ‘Realiseer je je wel dat je mensen kunt kwetsen met je mening?’ En meer van dat dus.

En die vraag houdt me al jaren bezig. Ik wil geen aanklager zijn maar wel zaken aan de kaak stellen. Ik wil niet alleen klagen maar ook oplossingen aanreiken. Maar voortdurend is er een innerlijke strijd gaande tussen inhoud en ego. Ik geef gas op de inhoud maar soms trekt het ego de handrem aan. De afgelopen dagen kreeg ik een inzicht wat er gaande is en waardoor het wel eens veroorzaakt zou kunnen worden.

Het begon bij een tip van de organisator van een webinar over soft controls dat ik bijwoonde. ‘Heb je het boek ‘Een nieuw sociaal contract’ van Pieter Omtzigt gelezen?’, appte hij me na afloop. ‘De man (Pieter Omtzigt) heeft helemaal gelijk maar is wellicht wat te direct en te rechtlijnig’, vulde hij aan. Ik antwoordde dat ik de directe stijl en de rechtlijnigheid ook wel eens bij mezelf herken. Dat ik ook wel eens m’n diplomatieke vaardigheden verlies als ik het gevoel heb dat er iets onrechtvaardigs gebeurt en ik niet (tijdig) gehoord of gezien wordt.

Vervolgens luisterde ik naar een podcast van één van mijn favoriete columnisten, Kustaw Bessems. In de Volkskrant podcast ‘Stuurloos’ interviewde hij Marilieke Engbers, schrijver van het boek ‘Onder Commissarissen’, over het ‘ongezegde’ in de bestuurskamer. Vorig jaar schreef ik een column naar aanleiding van een onderzoek van Marilieke naar lang-zittende bestuurders en toezichthouders die lijden aan ‘paradigmaverkleving’.

In de podcast ging het onder andere over de vraag waarom kritische mensen als Pieter Omtzigt of Sylvana Simons zoveel weerstand ontmoeten. Beiden zijn toch een beetje anders dan de gemiddelde politicus in de Tweede Kamer. Omtzigt signaleert misstanden door heel veel onderzoek te doen, heel hard, gestructureerd en gedisciplineerd te werken en dit zowel politiek als publicitair uit te venten. Hij kent als geen ander de dossiers en verrast vriend en vijand met z’n scherpe conclusies. En dus moest hij het veld ruimen omdat hij het feestje van de gevestigde orde dreigde te verpesten. Hij is niet ‘één van de jongens’. Hij is anders en dan word je niet altijd begrepen of op tijd gehoord of gezien. We zeggen dat we diversiteit willen. De praktijk is weerbarstiger.

Sylvana Simons heeft leren om te gaan met het feit dat ze tot een minderheid behoort. In debatten past ze haar gedrag aan door haar emoties naar de achtergrond te ‘duwen’. Ze debatteert op haar ratio omdat ze weet dat, als ze haar emoties toont, ze keihard wordt neergehaald door haar politieke opponenten maar ook in de publiciteit.

Zowel Omtzigt als Simons moeten zich voortdurend aanpassen om gehoord te worden. Dus kost het ze ontzettend veel moeite om iets voor mekaar te krijgen. Overschreeuwen helpt niet. Dossierkennis en je gedrag aanpassen aan de meerderheid werkt meestal wel. Totdat je niet meer wordt uitgenodigd voor feestjes of je de mond wordt gesnoerd in een debat of zelf vertrekt naar een ‘partij elders’. Omtzigt werd er letterlijk ziek van.

Groninger Kees Tillema schreef het boek ‘Ontgroeven’, nummer 4 in de managementboeken top 100 in 2021. Bij het schrijven van het boek is Kees geïnspireerd door het boek ‘Antifragiel’ van Nassim Nicholas Taleb. Over dingen die baat hebben bij wanorde. Ik mocht een paar keer meedenken met Kees tijdens het schrijven van het boek.

Kees projecteert het werk van Taleb op de organisatiekunde. We maken systemen, processen en procedures robuust omdat dat ons zekerheid geeft. Maar doordat we organisaties zo robuust maken zijn ze niet wendbaar meer. En dan verlies je relevantie of loop je vast. Je zou kunnen stellen dat veel problemen in de maatschappij ontstaan doordat organisaties te sterk vasthouden aan regels en voorschriften. Misschien is de Toeslagenaffaire wel het beste voorbeeld op dit gebied.

Volgens Kees hebben we rebellen nodig. Individuen die chaos creëren waardoor de robuustheid van organisaties afneemt. Waarna ze vervolgens opnieuw evenwicht moeten vinden om weer relevant te zijn voor de afnemers en andere belanghebbenden.

Maar rebellen hebben ook een negatieve bijsmaak. Een rebel schopt ergens tegen aan, is aanklager en vaak ongrijpbaar (onbegrepen) in z’n gedrag. Er is meer nodig dan rebellie.

Naast chaos creëren zal er ook weer opgebouwd moeten worden immers. Er zijn dus ook ideeën nodig hoe je dat doet. Hiervoor vond Kees antwoord in de Bijbelse vertaling van de rebel. ‘De Bijbel stelt dat ‘mensen moeten zijn als het zout der aarde.’ Zout voorkomt verderf (ethiek) en is aan de andere kant smaakmaker. Een rebel doet dus twee dingen: Zij of hij voorkomt verderf, dingen die niet door de beugel kunnen, stelt dingen aan de kaak en is persoonlijk betrokken (skin in the game). Rebellen voegen ook smaak toe. Ze komen met oplossingen, met voorstellen hoe iets wel zou kunnen’, aldus de schrijver in de BNR-podcast ‘Werkprofessor’.

En wat leert mij dit over mijzelf?

Ik heb een buitengewoon sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. En dat is niet altijd handig leert Omtzigt me. Daarbij hanteer ik hoge normen voor mezelf maar ook voor de mensen in belangrijke posities. Daarnaast laat m’n creativiteit en improvisatievermogen me zelden in de steek. Er zijn volgens mij altijd oplossingen. In mijn ogen redelijke oplossingen. Ervaring leert dat andere mensen dit niet altijd zien.

Zou dit te maken hebben met het feit dat ik hun robuustheid, hun houvast, aan het wankelen breng? Dat deze mensen niet antifragiel zijn? En dat het vertrouwen in deze robuustheid sterker is dan het vertrouwen in de mensen met een andere mening, stijl of afkomst?

Mijn stijl kenmerkt zich volgens mij ook wel door de rebelse vorm waarin ik schrijf. Ik voel mezelf als de rebel volgens de Bijbelse definitie. Ik strooi zout in de wonden, probeer een beetje chaos te creëren, stel altijd de logica of rechtvaardigheid aan de kaak (ethiek). Dit doe ik met nuance. Ik probeer altijd met constructieve ideeën te komen en perspectief te bieden (smaakmaker). Ik schrijf voor de goede verstaander die open staat voor andere invalshoeken. Voor meer diversiteit aan inzichten. Bij mij blijft niets ongezegd. Ik gebruik mijn rol als bestuurder als platform. Voor een mooiere, betere, wereld.

En zo moet je de twee eerste blogs van dit jaar dan ook lezen.

Een gedachte over “Waarom je naar Sylvana, Pieter en mij moet luisteren

  1. Sandra schreef:

    Blijf alsjeblieft Kritisch. Al herken ik wel dat direct en rechtlijnig niet gewaardeerd wordt. Balans vinden tussen rechtvaardigheid krijgen en genegeerd worden blijft lastig.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s