Wat managers kunnen leren van FC Emmen trainer Dick Lukkien

Fragmenten uit het interview van Dagblad van het Noorden verslaggever Ernst Slagter met FC Emmen spits Nicklas Pedersen. Kern van het verhaal: Aanwezigheid, en alle spelers gelijk behandelen leidt niet per definitie tot de beste resultaten.

FC Emmen trainer Dick Lukkien haalt het beste uit z’n spelers door goed te kijken wat een speler nodig heeft om z’n talent maximaal in te zetten. Ook speelt vertrouwen een cruciale rol in de interactie trainer – speler. Dit leidt tot werkplezier en tastbare resultaten.

Bij vertrouwen moet je aan de ene kant onderscheid maken tussen de integriteit en de intenties van iemand. Aan de andere kant dragen competenties en wapenfeiten bij aan het vertrouwen*.

In dit geval: Pedersen traint minder met de groep. Niet omdat hij lui is, maar omdat hij meer baat heeft bij het tainen in het krachthonk om terug te komen van een blesure. Hij traint dus anders en met de bedoeling om sneller weer van waarde te zijn voor het team. Zijn talent is bekend; het scoren van doelpunten. In het verleden heeft hij voldoende laten zien dat hij hier goed in is.

Dick Lukkien heeft vertrouwen in de speler en geeft hem daarom de ruimte om te doen wat hij nodig heeft om bij te dragen aan het teamresultaat. Welke manager of trainer heeft het lef om hetzelfde te doen als Dick Lukkien?

Fragmenten uit het interview


Natuurlijk juichte Nicklas Pedersen (31) zondag na zijn late 2-2 tegen PSV. Maar toen de Deense supersub na afloop werd toegezongen op De Oude Meerdijk, krabde hij zich even achter zijn oor. ,,Ik vroeg me af of ik de bal niet meteen uit het doel had moeten pakken. Echt, ik had het gevoel dat er nog meer in zat.” Na een korte stilte: ,,Al had PSV natuurlijk net zo goed nog kunnen scoren. Zo eerlijk moet ik ook weer zijn.”

Je startte begin dit seizoen zeven keer in de basis, maar toen scoorde je nog niet. En dan maak je als invaller tegen FC Groningen en PSV vier belangrijke doelpunten. Je hebt jezelf in nog een tijdsbestek van nog geen half uur terugverdiend.

,,Ik vind het vooral fijn dat ze bij de club zien dat het geen tijdsverspilling was om op mij de ruimte te geven. Hoewel ik nog op de weg terug ben van een liesblessure, is dit toch een positieve periode. Ik vind trouwens dat ik aan het begin van het seizoen ook goed speelde, maar toen maakte ik geen doelpunten. En als een spits niet scoort, gaan mensen praten. Niet dat ik er veel van mee krijg, trouwens. Ik lees vrijwel nooit de commentaren in de kranten. Je weet op mijn leeftijd wel of je goed of slecht speelt. Ik heb de meningen van anderen niet nodig. Behalve die van de trainer en medespelers dan.”

fullsizeoutput_5fab

,,Inderdaad, terwijl ik denk dat ik fysiek beter ben dan in mijn tijd bij FC Groningen. Dat is ook omdat ik het gevoel heb dat ze hier meer zorg aan me besteden. Dick Lukkien is een trainer die rekening met mij houdt. Als ik ergens last van heb en op hem afstap, weet hij dat ik dat niet doe omdat ik niet wil trainen, of zo. Dat dachten ze in Groningen. Hier begrijpen ze dat ik misschien iets anders moet trainen dan andere spelers om op mijn best te zijn. Anders, hè? Niet minder. Als ik niet op het veld sta, zit ik bijvoorbeeld in het krachthonk. Het is absoluut geen luiheid. Want ook al ben ik 31: ik geniet nog elke dag van trainen.

Toen ik in 2012 van FC Groningen naar KV Mechelen ging, had ik met Harm van Veldhoven ook een trainer die mij begreep. Omdat het goed ging bij Mechelen, verdiende ik een transfer naar KAA Gent. Víctor Fernández, de Spaanse trainer die me haalde, was een absolute topcoach. Hij was jaren geleden de opvolger van José Mourinho bij FC Porto. Maar Fernández werd al na een paar wedstrijden ontslagen. Er kwam een Roemeen (Mircea Rednic, red.) in zijn plaats. Dat werd geen succes, omdat hij weer zo’n trainer was die iedereen hetzelfde liet doen. Ik vind het onbegrijpelijk dat je in deze tijd nog zo ouderwets kan zijn. Geen enkele speler is hetzelfde.”

Het is misschien de vrees voor de schijn van een voorkeursbehandeling, die kwaad bloed zou zetten in de rest van de selectie?

,,Dat zou kunnen, al geloof ik er niet in. Geen speler van FC Emmen is boos als ik maar drie keer per week train en toch speel. Als ze zien dat ik het verschil maak, tenminste. Als je niet presteert, kan ik me voorstellen dat het een probleem wordt. Maar ik vind dat de beste spelers altijd moeten spelen. Ook als ze minder vaak met de groep trainen.”

© DvhN / 26-1-2019 – Ernst Slagter – foto’s Marcel Jurian de Jong en Roel Bos

* Plateau – Edith Hoksbergen & Marc Geerts


fullsizeoutput_5fad

Meer bouwen en sneller verduurzamen door te stoppen met huisuitzettingen

Jaarlijks worden er, volgens brancheorganisatie voor woningcorporaties Aedes, zo’n 3.000 (2017) huishoudens hun huurhuis uitgezet vanwege een huurschuld. Dit aantal is gehalveerd sinds 2013 door een betere aanpak, een betere samenwerking, betaalbaar huurbeleid en ongetwijfeld speelt ook het aantrekken van de economie een rol. Een mooie ontwikkeling!

Een huisuitzetting veroorzaakt veel leed binnen de huishoudens. Ik kan me geen voorstelling maken van de impact op het individu of het huishouden. Je raakt de basis onder je bestaan kwijt en bent overgeleverd aan hulpverleners en beschikbare opvang.

Lost een huisuitzetting problemen op? Als een corporatie haar werk goed doet is er nooit sprake van een hoge achterstand. Vaak gaat het om bedragen van €1.500 tot €2.500 die een huurder verschuldigd is. Voor een dergelijk laag bedrag zetten we levens op de kop. We vergroten eerder problemen dan dat we ze oplossen. Wel wordt door een dreigende uitzetting de hulpvraag bij alle instanties duidelijk en komen organisaties pas in actie als de uitzetting een feit is. Gek eigenlijk dat je een crisis moet creëren om hulpverlening aan het werk te krijgen.

img_0741

Bij Domesta zijn we hier mee gestopt. Er gaat een maatschappelijk werker met onze incassomedewerker mee op huisbezoek. Bij een huurachterstand is altijd meer aan de hand. De schuld is een symptoom van andere problemen. Soms uitsluitend financieel van aard, vaak is het zwaardere problematiek zoals een verslaving, verlies van een dierbare, een vechtscheiding, faillissement, verlies van werk, onvoldoende begeleiding voor mensen met een beperking of psychosociale problemen.

Naast het persoonlijk leed kost een huisuitzetting veel geld. Een woningcorporatie is gemiddeld €6.000 kwijt per huisuitzetting. De maatschappij krijgt een rekening van zo’n €12.000 tot €16.000 aan kosten voor bv. de crisisopvang. (van Geuns, Jungmann & Kruis, 2011) Dit bedrag kan vermeerderd worden met kosten voor begeleiding, bijzondere (inkomens)voorzieningen, zorg en veiligheid. Er circuleren bedragen tot wel €100.000 als totale kosten van een uitzetting. Het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), en publicist / onderzoeker Pieter Hilhorst, noemen bedragen van rond de €30.000 per huisuitzetting als maatschappelijke kosten. Dit laatste bedrag lijkt mij dicht bij de realiteit te liggen.

Uitgaande van 3.000 huisuitzettingen per jaar (à €6.000) zijn de bijna 400 woningcorporaties in ons land dus zo’n €18 miljoen per jaar kwijt. De maatschappij krijgt voor dit aantal jaarlijks een rekening gepresenteerd van maar liefst €90 miljoen uitgaande van €30.000 aan kosten per uitzetting. De totale kosten van huisuitzettingen komen hiermee op zo’n €108 miljoen per jaar.

Stel dat we mensen met een huurschuld niet op straat zouden zetten. Besparen we dan deze kosten? Niet helemaal want er worden schulden afgeboekt, frictiekosten betaald, regelen mensen zelf onderdak of moet er zorg geleverd worden. Zo zijn er wellicht nog een aantal kosten waar we niet om heen kunnen.

Laten we stellen dat we daadwerkelijk de helft van de €108 miljoen, zijnde €54 miljoen, jaarlijks besparen. Als we deze €54 miljoen eens in zouden zetten om rente op leningen te betalen waarmee we nieuwe huizen kunnen bouwen en huizen CO2 neutraal kunnen maken!?

Uitgaande van de rekenrente van 5%, waar corporaties zich aan moeten houden, ontstaat er op deze wijze jaarlijks €1,1 miljard aan extra investeringscapaciteit. Stel dat we uitgaan van een marktrente van 2% (op dit moment reëel)  dan zou de investeringscapaciteit zelfs toenemen tot €2,7 miljard per jaar.

Uiteraard is dit een, grotendeels, theoretische benadering. Niet elke corporatie is in staat om extra leningen aan te trekken vanwege de specifieke financiële-, en/of marktsituatie. Ook landen de opbrengsten van het stoppen met uitzettingen op de bankrekening van gemeenten en niet van woningcorporaties.

We zouden de gemeenten kunnen verleiden om opbrengsten terug te ploegen naar de corporaties, bijvoorbeeld in de vorm van subsidies, om de lokale energietransitie te versnellen, voldoende huurhuizen beschikbaar te hebben maar vooral om menselijk met de inwoners om te gaan.

Het gaat mij ook vooral om de manier van kijken naar maatschappelijke problemen. Kunnen we de maatschappelijke businesscases zodanig construeren dat we menselijke en economische waarde creëren ipv symptomen bestrijden?

Een idee voor de prestatieafspraken van 2020?

fullsizeoutput_5fa5