Als je doet wat je deed krijg je niet wat je kreeg!

Afgelopen maand mocht ik pitchen op een strategiebijeenkomst van een zorgaanbieder in een woonzorgcentrum. Een dergelijk gebouw moet 5 generaties, 15 kabinetsperiodes, 3 zorghervormingen en 50 inkooptrajecten met het zorgkantoor overleven. Maar ook minimaal 5 naamwijzigingen met bijpassende nieuwe huisstijlen van de zorgaanbieder.

En in deze hectiek belooft de zorgaanbieder dat mensen er in een schoon appartement kunnen wonen, er ondersteuning bij de dagelijkse bezigheden krijgen, er verpleegd worden, er beter worden, er kunnen eten, er kunnen recreëren, en er kunnen sterven. Dat is nogal wat.

Maar kan de zorgaanbieder deze belofte gestand doen gezien bovengenoemde dynamiek?

Natuurlijk niet. Dat kan geen enkele organisatie. Maar als de zorgaanbieder de geldstromen blijft volgen wordt het woonzorgcentrum een verpleeghuis. Dan is er geen geld meer voor lichte zorgtaken, recreëren en samen eten. Dan is het appartement een kamer in een hospice geworden. Dan is er alleen nog geld voor zware zorg, geleverd door witte jassen. Mensen gaan naar een woonzorgcentrum als het thuis echt niet meer kan. Drie tot twaalf maanden na binnenkomst overlijden ze.

sloop

En, kan het dan ook anders?

Ja natuurlijk! Maar eenvoudig is het niet. Want, verzin maar eens een strategie in deze wereld waarbij alles in beweging lijkt en niets meer zeker is. Ik heb diepe bewondering voor de moed van de bestuurders en haar adviseurs om een strategie te formuleren die volgend jaar niet weer is achterhaald.

Wat zou ik dan doen als ik adviseur was en de Raad van Bestuur moest helpen bij het formuleren van een nieuwe strategie? Ik zou de tijd nemen en eens kijken wat er allemaal al is. Wat bieden ondernemers, verenigingen, stichtingen en vrijwilligers al?

Ik ken een succesvol horecaondernemer uit mijn dorp. Sinds er meer mensen scheiden dan trouwen gaat het wat minder in de feest business. Hij verbouwde z’n zaak en werd naast kroegbaas aanbieder van dagzorg. Er is geen zorgaanbieder die beter weet dan hij hoe je met gastvrijheid mensen een leuke oude dag kunt bieden. Mensen worden in de watten gelegd en gaan met een glimlach van oor tot oor aan het eind van de dag naar huis.

Een ander voorbeeld komt van een kroeghouder, ook uit m’n dorp. Dankzij z’n vak meer levenservaring en mensenkennis dan adviseurs kunnen adviseren. Aan de toog hoorde hij verhalen over mensen die ouder worden en het moeilijk vinden om elke dag te koken. De maaltijden in de winkel of in een restaurant zijn te duur of niet te eten. Overdag, wanneer de bierpomp stil staat kookt hij wat de mensen in het arbeidersdorp graag lusten, betaalbare maaltijden met aardappelen, bonen en karbonade met een vla na.

Twee betrokken vrijwilligers uit mijn omgeving bedachten Mondenzorg, nu Dorpenzorg geheten. Ik maakte de oprichting van de club van nabij mee. Dorpenzorg is de verbinding tussen – zoals bureaucraten het noemen – de formele en de informele zorg. In gewone wijktaal: Ze gaan met ouderen uit de dorpen naar de dokter als er niemand anders is. De vrijwilligers van de club beantwoorden vragen over de zorg, brengen mensen in contact met de juiste instanties, vullen formulieren in, laten mensen samen koken en eten, recyclen rollators en nog veel meer zaken die tussen wal en schip vallen als we het geld laten regeren. Het belangrijkste is dat deze mannen – en de vele vrijwilligers – de mensen met hun individuele behoeften kennen en dit verbinden aan – wat er aan kracht is in de maatschappij en het aanbod van de zorg.

Een gratis advies van een betrokken amateur bij het zorgdomein: Als je als bestuurder, bij het formuleren van de strategie, het geld laat regeren, ben je straks de baas van een verzameling hospices.

De kansen liggen in het verbinden van wat er al is in een wijk of dorp. Ga het niet allemaal zelf doen. Concentreer je op het leveren van goede zorg. Laat het wonen aan anderen over. Haal de lokale kroegbazen, andere ondernemers, verenigingen en bewonersinitiatieven binnen om de mensen te laten eten en om ze te vermaken. Je hoeft niet alles zelf te kunnen. Dit kun je ook niet waarmaken want je krijgt er straks niet meer voor betaald. Laat staan dat je cliënten het zich kunnen veroorloven of dat er voldoende personeel beschikbaar is.

Dit vraagt veel van de zorgaanbieder, de cliënt, de familie en de wijken en dorpen waar de woonzorgcentra staan. Je hoeft een aantal dingen niet zelf meer te doen maar je moet wel zorgen dát het gebeurt. Bestaat de overhead van een zorgaanbieder over 5 jaar nog uitsluitend uit opbouwwerkers die de boel aan elkaar knopen en activeren?

Bert Moormann, mei 2017

Leerling Imke van Potskampschool in woonzorgcentrum de Molenkamp.jpg